Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166 ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166 AI generated

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166 · Rechtbank Haarlem

Case Number ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Meervoudige Kamer Tegenspraak Parketnummer: 15/740404-11 Uitspraakdatum : 5 maart 2012 beslissing (ex artikel 36e Sr) 1. Vordering Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 12 september 2011 ten aanzien van het strafbare feit in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht tot een maximum van € 13.000,- in de zaak tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1991 te Amsterdam, wonende te [adres] 1. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende straf- en ontnemingdossier. Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, 12 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e Sr, artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166 · Rechtbank Haarlem: Overwegingen Bij vonnis van 5 maart 2012 van deze rechtbank is voornoemde [verdachte] vrijgesproken van de hem ten laste gelegde verdenking van het medeplegen van diefstal met geweld. Volgens vaste jurisprudentie (HR 17 februari 2009, NJ 2009,121) moet uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, jo artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit in de hoofdzaak aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Dientengevolge acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering.

Keywords

AI generated
public policy reservation exclusion from procurement procedure principles governing public procurement lack of persecution triggering event for pre-emption authorization to sue

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e Sr
RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Meervoudige Kamer Tegenspraak Parketnummer: 15/740404-11 Uitspraakdatum : 5 maart 2012 beslissing (ex artikel 36e Sr) 1.
artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht
artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Meervoudige Kamer Tegenspraak Parketnummer: 15/740404-11 Uitspraakdatum : 5 maart 2012 beslissing (ex artikel 36e Sr) 1. Vordering Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 12 september 2011 ten aanzien van het strafbare feit in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht tot een maximum van € 13.000,- in de zaak tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1991 te Amsterdam, wonende te [adres] 1. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende straf- en ontnemingdossier. Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, 12 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012.

2. Overwegingen Bij vonnis van 5 maart 2012 van deze rechtbank is voornoemde [verdachte] vrijgesproken van de hem ten laste gelegde verdenking van het medeplegen van diefstal met geweld. Volgens vaste jurisprudentie (HR 17 februari 2009, NJ 2009,121) moet uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, jo artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit in de hoofdzaak aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Dientengevolge acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering.

3. Beslissing De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

4. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Deze beslissing is gegeven door: mr. Ph. Burgers, voorzitter, mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012. Parketnummer: 740404-11 (36e Sr) Inzake: [verdachte] beslissing