ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4107 · Rechtbank Haarlem
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK HAARLEM Wrakingskamer zaaknummer: 179649 HA RK 11-33 datum beslissing: 22 april 2011 Op verzoek van: [naam verzoeker], wonende te Heemstede. verzoeker, 1. Procesverloop 1.1 Bij schriftelijk verzoek van 5 maart 2011 heeft verzoeker de wraking verzocht van [naam rechter], hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector Bestuursrecht, aanhangige zaak met zaaknummer AWB 11/267 hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De rechter heeft niet in de wraking berust en schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd. 1.3. Verzoeker is gehoord ter zitting van 21 april 2011.
Legislator headnote
AI generatedArtikel 8:15 Awb; ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4107 · Rechtbank Haarlem: Beoordeling 3.1 Vast staat dat de rechter op 24 februari 2011 uitspraak heeft gedaan op het verzoek van verzoeker in de hoofdzaak om een voorlopige voorziening te treffen. 3.2 Artikel 8:15 Awb luidt: “Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.” 3.3 Uit het voorgaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelt, zodat zij gelet op artikel 8:15 Awb in deze zaak ook niet (meer) kan worden gewraakt. Reeds daarom is het verzoek niet-ontvankelijk. 3.4 Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK HAARLEM Wrakingskamer zaaknummer: 179649 HA RK 11-33 datum beslissing: 22 april 2011 Op verzoek van: [naam verzoeker], wonende te Heemstede. verzoeker, 1. Procesverloop 1.1 Bij schriftelijk verzoek van 5 maart 2011 heeft verzoeker de wraking verzocht van [naam rechter], hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector Bestuursrecht, aanhangige zaak met zaaknummer AWB 11/267 hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De rechter heeft niet in de wraking berust en schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd. 1.3. Verzoeker is gehoord ter zitting van 21 april 2011.
2. Het standpunt van verzoeker. 2.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het wrakingsverzoek aangevoerd dat de rechter een verrassingsuitspraak heeft gegeven zonder hem en B en W van de gemeente Heemstede te horen en zich aldus schuldig gemaakt aan plichtsverzuim.
3. Beoordeling 3.1 Vast staat dat de rechter op 24 februari 2011 uitspraak heeft gedaan op het verzoek van verzoeker in de hoofdzaak om een voorlopige voorziening te treffen. 3.2 Artikel 8:15 Awb luidt: “Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.” 3.3 Uit het voorgaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelt, zodat zij gelet op artikel 8:15 Awb in deze zaak ook niet (meer) kan worden gewraakt. Reeds daarom is het verzoek niet-ontvankelijk. 3.4 Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
4. Beslissing De rechtbank: 4.1. verklaart het verzoek om wraking niet-ontvankelijk; 4.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, en mrs. C.J. Baas en M.J. Kronenberg, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2011 in tegenwoordigheid van de griffier. Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.