Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7092 ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7092 AI generated

ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7092 · Rechtbank Haarlem

Case Number ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7092
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/030444-03 Uitspraakdatum: 6 april 2004 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 maart 2004 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. PRIMAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] (geboren op [datum]) van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp, op het hoofd en/of het lichaam geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden; art 287 Wetboek van Strafrecht art 289 Wetboek van Strafrecht SUBSIDIAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, aan een persoon genaamd [slachtoffer] (geboren op [datum]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit onder meer hersenbeschadiging en/of verschillende ontvelde plekken, blauwe plekken en rijtwonden op/aan het hoofd/schedel, alsmede een botbreuk van de schedel), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp op het hoofd en/of het lichaam te slaan, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht MEER SUBSIDIAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer], geboren op [datum]), met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, tengevolge waarvan deze is overleden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht 2.

Legislator headnote

AI generated

art. 138b Sv, art 287 Wetboek van Strafrecht, art 289 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7092 · Rechtbank Haarlem: Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Keywords

AI generated
art. 138b Sv art 287 Wetboek van Strafrecht art 289 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Cited Legislation

AI generated
art. 138b Sv
art 287 Wetboek van Strafrecht
art 289 Wetboek van Strafrecht
art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht
art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/030444-03 Uitspraakdatum: 6 april 2004 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 maart 2004 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. PRIMAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] (geboren op [datum]) van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp, op het hoofd en/of het lichaam geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden; art 287 Wetboek van Strafrecht art 289 Wetboek van Strafrecht SUBSIDIAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, aan een persoon genaamd [slachtoffer] (geboren op [datum]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit onder meer hersenbeschadiging en/of verschillende ontvelde plekken, blauwe plekken en rijtwonden op/aan het hoofd/schedel, alsmede een botbreuk van de schedel), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp op het hoofd en/of het lichaam te slaan, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht MEER SUBSIDIAIR: hij op of omstreeks 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer], geboren op [datum]), met een rolschaats, althans met een hard en/of stomp voorwerp op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, tengevolge waarvan deze is overleden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht 2.

Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs 3.1 Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. In het bijzonder overweegt de rechtbank daartoe als volgt: De rechtbank acht aannemelijk dat verdachte de dood van [slachtoffer] op 26 januari 2003 te Tokyo, Japan, heeft veroorzaakt. De rechtbank is - in navolging van onder meer de conclusies van getuige-deskundigen Sterk en Offermans - van oordeel dat bij verdachte ten tijde van het delict sprake was van een psychotische stoornis in een omvang en mate dat het denken, willen en handelen van verdachte ten tijde van het delict volledig werden beheerst door wanen en hallucinaties. Nu verdachte daardoor van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan was verstoken, kan het voor een bewezenverklaring vereiste opzet niet bewezen worden.

8. Beslissing De rechtbank: Spreekt verdachte vrij van het hem primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Sicking, voorzitter, mrs. Verpalen en Scherpenhuijsen Rom, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van Nunen, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 april 2004.