ECLI:NL:RBGRO:2012:BV5611 · Rechtbank Groningen
Legislator summary
AI generatedProcesverloop 1.1. Ter zitting van 9 februari 2012 heeft verzoeker mr. J. de Vroome gewraakt, in het geschil met zaaknummer 129525/KG ZA 11-312, waarbij verzoeker als partij is betrokken. De beoordeling Uit het wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker zich baseert op het tussenvonnis in voornoemd kort geding d.d. 14 november 2011. Het wrakingsverzoek dateert van 9 februari 2012. Artikel 37 lid 1Rv luidt: “Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.” De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet. Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan, kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling en verdere inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBGRO:2012:BV5611 · Rechtbank Groningen: beslissing RECHTBANK GRONINGEN MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer: 132023 / HA RK 12-35 Datum beslissing: 10 februari 2012 Beslissing op het mondelinge verzoek van mr. R.J. Skala, namens [A] wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van mr. J. de Vroome.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK GRONINGEN MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer: 132023 / HA RK 12-35 Datum beslissing: 10 februari 2012 Beslissing op het mondelinge verzoek van mr. R.J. Skala, namens [A] wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van mr. J. de Vroome.
1. Procesverloop 1.1. Ter zitting van 9 februari 2012 heeft verzoeker mr. J. de Vroome gewraakt, in het geschil met zaaknummer 129525/KG ZA 11-312, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2. De beoordeling Uit het wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker zich baseert op het tussenvonnis in voornoemd kort geding d.d. 14 november 2011. Het wrakingsverzoek dateert van 9 februari 2012. Artikel 37 lid 1Rv luidt: “Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.” De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet. Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan, kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling en verdere inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3. Beslissing De rechtbank - verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek; - bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 129525/KG ZA 11-312) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking; - beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. J. de Vroome en de Raad voor de Kinderbescherming. Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, L.H.AM. Voncken en M.W. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2012. kb