Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007 ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007 AI generated

ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007 · Rechtbank Groningen

Case Number ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 127648/FA RK 11-1485 beschikking d.d. 9 augustus 2011 inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van: * de minderjarige A., kind van B. en C. PROCESVERLOOP Met de op 30 juni 2011 ter griffie ontvangen brief heeft A. gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW. De rechtbank heeft A. op 14 juli 2011 gehoord.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek, artikel 1:377g BW, artikel 1:377e BW; ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007 · Rechtbank Groningen: 9 augustus 2011 inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van: * de minderjarige A., kind van B. en C. PROCESVERLOOP Met de op 30 juni 2011 ter griffie ontvangen brief heeft A. gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW. De rechtbank heeft A. op 14 juli 2011 gehoord.

Keywords

AI generated
parental dispute hearing of a parent return of the child parental maintenance duty proof of minority adult children

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek
9 augustus 2011 inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van: * de minderjarige A., kind van B.
artikel 1:377g BW
gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW.
artikel 1:377e BW
gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 127648/FA RK 11-1485 beschikking d.d. 9 augustus 2011 inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van: * de minderjarige A., kind van B. en C. PROCESVERLOOP Met de op 30 juni 2011 ter griffie ontvangen brief heeft A. gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW. De rechtbank heeft A. op 14 juli 2011 gehoord.

Vader en moeder zijn op 28 juli 2011 afzonderlijk van elkaar gehoord. Ter gelegenheid van het horen van vader was ook de heer D. Nowee namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, vestiging Groningen, aanwezig. RECHTSOVERWEGINGEN Een paar weken geleden is er een conflict ontstaan omdat [A.] er de voorkeur aan gaf het weekend met een vriendje door te brengen in plaats van bij haar vader in het kader van de bestaande omgangsregeling. Vader was het hiermee volstrekt oneens. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een buitengewoon vervelend en betreurenswaardig incident bij de vrouw thuis ten overstaan van [A.].

Voor [A.] was dit incident aanleiding om haar verzoek in te dienen. Zowel [A.] als haar ouders zijn door de rechtbank gehoord. Duidelijk is geworden dat er met name bij vader onvrede heerst over het naleven van de door partijen in het kader van de mediation ter gelegenheid van de echtscheiding gemaakte afspraken en ook, dat partijen kennelijk niet in staat zijn om op een constructieve wijze met elkaar te overleggen en onderlinge geschillen net betrekking tot [A.] op te lossen, met uiteindelijk voornoemd conflict tot gevolg. Vermeden moet worden dat [A.] in de toekomst nog eens zal worden geconfronteerd met een dergelijke gebeurtenis, die voor haar bijzonder belastend is geweest.

Van vader en moeder mag in het kader van de uitoefening van het ouderlijke gezag over [A.] worden verlangd dat zij hiertoe al het mogelijke in het werk zullen stellen. Zij dienen daartoe deskundige hulp in te roepen, zodat hun onderlinge vertrouwen wordt hersteld en de communicatie over [A.] voortaan constructief gaat verlopen. Vanuit Bjz dient er ten behoeve van [A.] begeleiding en hulp te worden gerealiseerd. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen grond om de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en vader te wijzigen, maar vooralsnog dient deze regeling niet te worden geëffectueerd.

De gemoederen moeten eerst zijn bedaard. Vervolgens kan met steun van de ingeschakelde hulpverleningsinstantie(s) weer een begin worden gemaakt met de uitvoering van de omgangsregeling, zij het dat moet worden aangesloten bij de wensen en gevoelens van [A.]. BESLISSING bepaalt dat - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen - dat de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en haar vader niet wordt gewijzigd. Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 augustus 2011, in tegenwoordigheid van G.D.

Kuilman, griffier.