ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8433 · Rechtbank Groningen
Legislator summary
AI generatedProcesverloop Bij brief van 17 april 2011 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg, rechter in de sector in bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 10/498 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken. De beoordeling Ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek voert [verzoeker] aan dat de samenstelling van de wrakingskamer, die zijn eerdere verzoek tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg heeft behandeld en afgewezen, op het laatste moment is gewijzigd. Daardoor kon verzoeker niet beslissen of hij leden van de wrakingskamer zou moeten wraken. Wat er zij van de door verzoeker geformuleerde gang van zaken, dit kan niet worden beschouwd als een deugdelijke grond voor wraking van mr. T.F. Bruinenberg. Immers, deze grond ziet op de samenstelling van de wrakingskamer en niet op mr. T.F. Bruinenberg. Ook overigens kan uit de toelichting op het verzoek niet een dergelijke grond worden gedestilleerd. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan. De wrakingskamer zal tevens beslissen dat eventueel opvolgende verzoeken tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg in deze zaak niet meer in behandeling zullen worden genomen daar de wrakingskamer dergelijke verzoeken beschouwd als misbruik van procesrecht.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8433 · Rechtbank Groningen: beslissing RECHTBANK GRONINGEN Zaaknummer: 126065 / HA RK 11-131 Datum beslissing: 20 april 2011 Beslissing op het schriftelijke verzoek van [naam] wonende aan de [adres] [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. T.F. Bruinenberg.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK GRONINGEN Zaaknummer: 126065 / HA RK 11-131 Datum beslissing: 20 april 2011 Beslissing op het schriftelijke verzoek van [naam] wonende aan de [adres] [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. T.F. Bruinenberg.
1. Procesverloop Bij brief van 17 april 2011 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg, rechter in de sector in bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 10/498 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2. De beoordeling Ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek voert [verzoeker] aan dat de samenstelling van de wrakingskamer, die zijn eerdere verzoek tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg heeft behandeld en afgewezen, op het laatste moment is gewijzigd. Daardoor kon verzoeker niet beslissen of hij leden van de wrakingskamer zou moeten wraken. Wat er zij van de door verzoeker geformuleerde gang van zaken, dit kan niet worden beschouwd als een deugdelijke grond voor wraking van mr. T.F. Bruinenberg. Immers, deze grond ziet op de samenstelling van de wrakingskamer en niet op mr. T.F. Bruinenberg. Ook overigens kan uit de toelichting op het verzoek niet een dergelijke grond worden gedestilleerd. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan. De wrakingskamer zal tevens beslissen dat eventueel opvolgende verzoeken tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg in deze zaak niet meer in behandeling zullen worden genomen daar de wrakingskamer dergelijke verzoeken beschouwd als misbruik van procesrecht.
3. Beslissing De rechtbank: 3.1. wijst het verzoek tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg af, 3.2. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. T.F. Bruinenberg, 3.3. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen. Aldus gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, L.H.A.M. Voncken en M.W. de Jonge rechter, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011. Kb