Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0907 ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0907 AI generated

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0907 · Rechtbank Groningen

Case Number ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0907
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop 1.1. Bij brief van 7 januari 2011, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de behandelend rechter, in het geschil met zaaknummer 122829 FA RK 10-2810, waarbij verzoekers als partij zijn betrokken. De beoordeling Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv dient een verzoek tot wraking te bevatten de naam van de behandelend rechter van wie de wraking wordt verzocht. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan, kunnen verzoekers niet in hun verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgegaan. De rechtbank hecht er aan te melden dat het niet vermelden van de naam van de behandelend rechter in de oproep niet met zich brengt dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt. Wel is de rechtbank met verzoekers eens dat het wenselijk is partijen op voorhand te informeren welke rechter de zaak zal behandelen. Daarom zal in de toekomst de naam van de behandelend rechter in de oproeping worden opgenomen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 37 Rv; ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0907 · Rechtbank Groningen: beslissing RECHTBANK GRONINGEN MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer: 123849 / HA RK 11-7 Datum beslissing: 17 januari 2011 Beslissing op het schriftelijke verzoek van H. Zijlstra, gemachtigde van [verzoekers] kantoorhoudende te Zoetermeer (hierna: verzoekers) tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

Keywords

AI generated
partial claim party to proceedings anonymisation of party names right to be heard default of counsel judicial impartiality

Cited Legislation

AI generated
artikel 37 Rv
De beoordeling Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv dient een verzoek tot wraking te bevatten de naam van de behandelend rechter van wie de wraking wordt verzocht.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK GRONINGEN MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer: 123849 / HA RK 11-7 Datum beslissing: 17 januari 2011 Beslissing op het schriftelijke verzoek van H. Zijlstra, gemachtigde van [verzoekers] kantoorhoudende te Zoetermeer (hierna: verzoekers) tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

1. Procesverloop 1.1. Bij brief van 7 januari 2011, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de behandelend rechter, in het geschil met zaaknummer 122829 FA RK 10-2810, waarbij verzoekers als partij zijn betrokken.

2. De beoordeling Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv dient een verzoek tot wraking te bevatten de naam van de behandelend rechter van wie de wraking wordt verzocht. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan, kunnen verzoekers niet in hun verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgegaan. De rechtbank hecht er aan te melden dat het niet vermelden van de naam van de behandelend rechter in de oproep niet met zich brengt dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt. Wel is de rechtbank met verzoekers eens dat het wenselijk is partijen op voorhand te informeren welke rechter de zaak zal behandelen. Daarom zal in de toekomst de naam van de behandelend rechter in de oproeping worden opgenomen.

3. Beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek, 3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 122829 FA RK 10-2810) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking, 3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de sectorvoorzitter van de sector civiel, mr. A.M. Crouwel en de officier van justitie. Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, M.W. de Jonge en E.J. Oostdijk, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2011. kb