Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBGEL:2023:7165 ECLI:NL:RBGEL:2023:7165 AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2023:7165 · Rechtbank Gelderland

Case Number ECLI:NL:RBGEL:2023:7165
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Tegenspraak Parketnummer : 05/142772-23 (ontneming) Datum uitspraak : 12 januari 2024 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [naam verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . Raadsman: mr. R.P.V.W. Willems, advocaat in 's-Hertogenbosch.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2023:7165 · Rechtbank Gelderland: De rechtbank heeft kennisgenomen van het tegen veroordeelde gewezen vonnis van 12 januari 2024 waarbij hij voor medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Uit het bewijs in de strafzaak volgt alleen dat veroordeelde de sleutel van het door hem gehuurde pand heeft afgegeven en dat er een hennepkwekerij in dat pand is aangetroffen. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Tegenspraak Parketnummer : 05/142772-23 (ontneming) Datum uitspraak : 12 januari 2024 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [naam verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . Raadsman: mr. R.P.V.W. Willems, advocaat in 's-Hertogenbosch.

1De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 301.371,42 .

2De procedure

De zaak is op openbare terechtzittingen onderzocht. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde niet betrokken is geweest bij de kwekerij.

3De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het tegen veroordeelde gewezen vonnis van 12 januari 2024 waarbij hij voor medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Uit het bewijs in de strafzaak volgt alleen dat veroordeelde de sleutel van het door hem gehuurde pand heeft afgegeven en dat er een hennepkwekerij in dat pand is aangetroffen. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

4De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af. Aldus gegeven door mr. A.J.H. Steenweg, voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 januari 2024. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.