ECLI:NL:RBGEL:2022:526 · Rechtbank Gelderland
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/398140 KG RK 21-940 Beslissing van 13 januari 2022 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van mr. J.M. Hamaker, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 14/4427 WW 309 tussen verzoekster en de [… 1] . 2.2.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBGEL:2022:526 · Rechtbank Gelderland: J.M. Hamaker, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 14/4427 WW 309 tussen verzoekster en de [… 1] . 2.2.
Full text
beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/398140 KG RK 21-940 Beslissing van 13 januari 2022 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van mr. J.M. Hamaker, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 14/4427 WW 309 tussen verzoekster en de [… 1] . 2.2.
Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster is het niet eens met de beslissingen van de rechter in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 mei 2015 in de zaak met nummer ARN 14/4427 WW 309 die volgens verzoekster het gevolg zijn van vooringenomenheid, racisme en onvoldoende kennis van zaken. 3De beoordeling 3.1. Het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan.
Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. 3.2. De wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan om die reden achterwege blijven.
4De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de mrs. D.S.M. Bak, A.F. Germs-de Goede en H.C. Leemreize, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 2] en in openbaar uitgesproken op 13 januari 2022. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.