Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBGEL:2020:4549 ECLI:NL:RBGEL:2020:4549 AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2020:4549 · Rechtbank Gelderland

Case Number ECLI:NL:RBGEL:2020:4549
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05.092345.19 Datum uitspraak : 3 september 2020 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] (betrokkene) geboren op [geboortedag] 1977 te [geboortedatum] , wonende aan de [adres] . Raadsman: mr. R.J.H. van der Wal, advocaat te Hengelo.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2020:4549 · Rechtbank Gelderland: De zaak is op 20 augustus 2020 ter terechtzitting aanhangig gemaakt en onderzocht. Daarbij is betrokkene verschenen. Betrokkene is bijgestaan door mr. Van der Wal, voornoemd. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Betrokkene en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

Keywords

AI generated
false statements regarding commercial business health claims lack of credibility unproven causation hidden defects commercial fraud
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05.092345.19 Datum uitspraak : 3 september 2020 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] (betrokkene) geboren op [geboortedag] 1977 te [geboortedatum] , wonende aan de [adres] . Raadsman: mr. R.J.H. van der Wal, advocaat te Hengelo.

1De inhoud van de vordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 119.601,22.

2Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 augustus 2020 ter terechtzitting aanhangig gemaakt en onderzocht. Daarbij is betrokkene verschenen. Betrokkene is bijgestaan door mr. Van der Wal, voornoemd. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Betrokkene en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft betrokkene bij vonnis van vandaag vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten, op welke feiten de ontnemingsvordering is gebaseerd. Reeds gelet hierop dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de onderhavige vordering.

4De beslissing

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.M.J.I. Baauw, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. A. Tegelaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2020. mrs. Baauw en Tegelaar zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.