Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBGEL:2020:1364 ECLI:NL:RBGEL:2020:1364 AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2020:1364 · Rechtbank Gelderland

Case Number ECLI:NL:RBGEL:2020:1364
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/760001-16 Datum zittingen : 28 januari 2019 en 10 februari 2020 Datum uitspraak : 24 februari 2020 Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] , adres : [adres] raadsman : mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBGEL:2020:1364 · Rechtbank Gelderland: Ter terechtzitting van 28 januari 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aangekondigd en ter terechtzitting van 10 februari 2020 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/760001-16 Datum zittingen : 28 januari 2019 en 10 februari 2020 Datum uitspraak : 24 februari 2020 Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] , adres : [adres] raadsman : mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

1De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de militaire kamer het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 22.200,00.

2De procedure

Ter terechtzitting van 28 januari 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aangekondigd en ter terechtzitting van 10 februari 2020 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

3Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 10 februari 2020 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. L.J.B.G. van Kleef, voornoemd. De officier van justitie, mr. [naam 1] , heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 4.300,00. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat zij weliswaar de rekenmethode van de Rijksrecherche hanteert, maar ervan uitgaat dat veroordeelde negen kentekens en vijfentwintig personen onrechtmatig heeft bevraagd. Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. De raadsman heeft primair aangevoerd dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat veroordeelde giften heeft aangenomen voor deze bevragingen. Indien de militaire kamer van oordeel is dat hier wel sprake van is, heeft de verdediging subsidiair verzocht om de vordering te matigen.

4De beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de militaire kamer kennisgenomen van het op 24 februari 2020 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij hij is vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit waarop de officier van justitie de vordering op heeft gebaseerd. Nu niet is gebleken van enig wederrechtelijk verkregen voordeel is de militaire kamer van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.

5De beslissing

De militaire kamer: wijst af de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Aldus gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. G.W.B. Heijmans, rechters, en Kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, en mr. S. de Rooij, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 februari 2020. Zijnde mr. Quak en kolonel mr. Snellen buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.