ECLI:NL:RBGEL:2019:2279 · Rechtbank Gelderland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen Zaakgegevens : 7553116 CV EXPL 19-914 Grosse aan : eisende partij Afschrift aan : gedaagde partij Verzonden : Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 17 mei 2019 in de zaak van [naam eisende partij] wonende te [woonplaats eisende partij], eisende partij, gemachtigde: K.M. Nodelijk, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Myrtax Bewindvoering B.V., gevestigd te Doetinchem, in hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van: de heer [naam rechthebbende / onder bewind gestelde], wonende te [woonplaats rechthebbende], gedaagde partij, procederend bij mw.
Legislator headnote
AI generatedart. 6:96 lid 6 BW; ECLI:NL:RBGEL:2019:2279 · Rechtbank Gelderland: De gedaagde partij heeft de vordering erkend. Voor zover de vordering wel is betwist, is dat verweer door de eisende partij ter zitting voldoende weerlegd. Daarom moet de vordering als niet voldoende weersproken worden toegewezen. Alleen de gevorderde btw over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat deze niet is aangezegd in de aanmaning ex art. 6:96 lid 6 BW. 3.3. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, wordt de gedaagde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S. Kropman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen Zaakgegevens : 7553116 CV EXPL 19-914 Grosse aan : eisende partij Afschrift aan : gedaagde partij Verzonden : Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 17 mei 2019 in de zaak van [naam eisende partij] wonende te [woonplaats eisende partij], eisende partij, gemachtigde: K.M. Nodelijk, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Myrtax Bewindvoering B.V., gevestigd te Doetinchem, in hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van: de heer [naam rechthebbende / onder bewind gestelde], wonende te [woonplaats rechthebbende], gedaagde partij, procederend bij mw.
W. Bunte. Partijen zullen hierna ook [naam eisende partij] en Myrtax genoemd worden. 1Het (verdere) procesverloop 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 10 april 2019 ter bepaling van de comparitie; de brief van 25 april 2019 van (de gemachtigde van) [naam eisende partij] de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 mei 2019, waar beide partijen zijn verschenen. 1.2. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
2De beslissing
De kantonrechter: 2.1. veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen € 853,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 650,= vanaf 9 januari 2019 tot de dag der voldoening; 2.2. veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van de eisende partij tot op heden vastgesteld op:€ 108,27 aan explootkosten€ 231,00 aan griffierecht€ 240,00 aan salaris gemachtigde; 2.3. wijst het meer of anders gevorderde af; 2.4. verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. 3De beoordeling 3.1. De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering. 3.2.
De gedaagde partij heeft de vordering erkend. Voor zover de vordering wel is betwist, is dat verweer door de eisende partij ter zitting voldoende weerlegd. Daarom moet de vordering als niet voldoende weersproken worden toegewezen. Alleen de gevorderde btw over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat deze niet is aangezegd in de aanmaning ex art. 6:96 lid 6 BW. 3.3. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, wordt de gedaagde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S. Kropman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.
Waarvan proces-verbaal, de griffier, de kantonrechter,