ECLI:NL:RBGEL:2018:801 · Rechtbank Gelderland
Legislator summary
AI generatedvonnis _________________________________________________________________ _ RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer: NL18.2224 Vonnis van 9 februari 2018 in de zaak van de naamloze vennootschapINTERBANK N.V.,gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,eiseres, hierna te noemen: Interbank,advocaat H.J. Meuwese te 's-Hertogenbosch, tegen 1 [verweerder sub 1] ,wonende te [adres verweerder sub 1] ,2. [verweerder sub 2] ,wonende te [adres verweerder sub 2]verweerders, hierna te noemen: [verweerder sub 1] en [verweerder sub 2] . 1De procedure 1.1.
Legislator headnote
AI generatedart. 1:431 BW, art. 113 Rv; ECLI:NL:RBGEL:2018:801 · Rechtbank Gelderland: Het verloop van de procedure blijkt uit: - de procesinleiding van 1 februari 2018 - het bericht van Interbank van 7 februari 2018. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gebleken is dat de kantonrechter bij beschikking van 19 januari 2018 over de (toekomstige) goederen van [verweerder sub 2] vanaf 30 januari 2018 op de voet van art. 1:431 BW een bewind heeft ingesteld, met benoeming van Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. tot bewindvoerder. 2.2. De rechtbank zal Interbank in staat stellen de bewindvoerder op te roepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen, zoals is voorgeschreven in HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525, NJ 2015/69.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis _________________________________________________________________ _ RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer: NL18.2224 Vonnis van 9 februari 2018 in de zaak van de naamloze vennootschapINTERBANK N.V.,gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,eiseres, hierna te noemen: Interbank,advocaat H.J. Meuwese te 's-Hertogenbosch, tegen 1 [verweerder sub 1] ,wonende te [adres verweerder sub 1] ,2. [verweerder sub 2] ,wonende te [adres verweerder sub 2]verweerders, hierna te noemen: [verweerder sub 1] en [verweerder sub 2] . 1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: - de procesinleiding van 1 februari 2018 - het bericht van Interbank van 7 februari 2018. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gebleken is dat de kantonrechter bij beschikking van 19 januari 2018 over de (toekomstige) goederen van [verweerder sub 2] vanaf 30 januari 2018 op de voet van art. 1:431 BW een bewind heeft ingesteld, met benoeming van Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. tot bewindvoerder. 2.2. De rechtbank zal Interbank in staat stellen de bewindvoerder op te roepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen, zoals is voorgeschreven in HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525, NJ 2015/69.
Interbank moet dit doen door de bewindvoerder bij exploot, waarin de in art. 111 lid 2 onder a tot en met h Rv bedoelde informatie is opgenomen, te doen aanzeggen dat de bewindvoerder ten minste uiterlijk twee weken na de dag van betekening van dit exploot in dit geding kan verschijnen. Bij dat exploot moeten worden meebetekend een afschrift van dit vonnis en van het op 29 januari 2018 aan [verweerder sub 2] op de voet van art. 113 Rv bij exploot betekende oproepingsbericht. Aldus zal ook de bewindvoerder kunnen beschikken over de code waarmee zij kan verschijnen om het geding als formele procespartij van [verweerder sub 2] over te nemen.
Na de betekening van het exploot dient Interbank dit exploot onverwijld bij de rechtbank in te dienen. 2.3. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3De beslissing
De rechtbank 3.1. bepaalt dat Interbank op de in 2.2. uiteengezette wijze Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. kan oproepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen, 3.2. bepaalt dat Interbank het oproepingsexploot na de betekening zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 23 februari 2018, bij de rechtbank zal indienen, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2018.