Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:23151 ECLI:NL:RBDHA:2025:23151 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:23151 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:23151
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.19355 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker, geboren [geboortedatum verzoeker] , van [nationaliteit verzoeker] , V-nummer: [V-nummer verzoeker] , (gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:23151 · Rechtbank Den Haag: Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. 1.2. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 13 augustus 2021 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.3. De minister heeft op 1 oktober 2025 beslist op het bezwaarschrift. 1.4. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit.

Keywords

AI generated
prosecutorial delay untimely request for extension late filing delayed asylum application late notice of dismissal late objection to debt enforcement
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.19355 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker, geboren [geboortedatum verzoeker] , van [nationaliteit verzoeker] , V-nummer: [V-nummer verzoeker] , (gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.

Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. 1.2. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 13 augustus 2021 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.3. De minister heeft op 1 oktober 2025 beslist op het bezwaarschrift. 1.4. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit.

Tegen dat laatste besluit loopt geen beroepsprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Conclusie en gevolgen 3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.S.G. van der Werf, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.