Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:20105 ECLI:NL:RBDHA:2025:20105 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:20105 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:20105
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44544 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2025:20105 · Rechtbank Den Haag: Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.

Keywords

AI generated
restoration of time limit duration of insurance entitlement statute of limitations bar reasonable duration of the proceedings time-bar of revision request untimely request for extension

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:6 van de Awb
Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44544 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.

2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.

3. Gemachtigde heeft namens eiser op 15 september 2025 tijdig beroep ingesteld tegen het besluit van 12 september 2025. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 16 september 2025 via een bericht in het digitale dossier aan gemachtigde verzocht om binnen vijf dagen alsnog de gronden van het beroep in te dienen. Daarbij is meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de gronden niet binnen die termijn worden ingediend. Binnen de gestelde hersteltermijn, die afliep op 23 september 2025, zijn geen gronden ontvangen.

4. Op 30 september 2025 heeft gemachtigde gereageerd en verklaard dat het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.44545) enkel waren ingediend om de termijnen veilig te stellen, omdat eiser had aangegeven een andere advocaat te zullen zoeken die de zaak zou overnemen en de gronden zou indienen. Gemachtigde heeft verder meegedeeld dat hij geen overnameverzoek van een andere advocaat heeft ontvangen, zodat de termijn voor het indienen van de gronden ongebruikt is verstreken. Het beroep is daarom onvolledig gebleven.

5. Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.