ECLI:NL:RBDHA:2025:19782 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46334 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoeksterV-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Bell), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft op 23 september 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.46333, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2025:19782 · Rechtbank Den Haag: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46334 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoeksterV-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Bell), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft op 23 september 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.46333, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.