Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:192 ECLI:NL:RBDHA:2025:192 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:192 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:192
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. P.H. Hillen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Toonders). Procesverloop Verweerder heeft op 24 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft op 7 januari 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 8 januari 2025. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1990 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:192 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 19 november 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 13 november 2024, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 13 november 2024.

Keywords

AI generated
lawful administrative detention extension of detention deportation fitness for detention periodic review of detention detention for non-compliance expired residence permit

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. P.H. Hillen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Toonders). Procesverloop Verweerder heeft op 24 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft op 7 januari 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 8 januari 2025. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1990 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 19 november 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 13 november 2024, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 13 november 2024.

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder heeft, ondanks dat de rechtbank verzocht heeft om alle op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden, het verslag van het vertrekgesprek van 6 december 2024 niet aan het digitale dossier toegevoegd. Gelet daarop moet het ervoor worden gehouden dat dit vertrekgesprek niet heeft plaatsgevonden. Nu het laatste vertrekgesprek op 8 november 2024 is gehouden, dient aan eiser schadevergoeding te worden toegekend vanaf 19 december 2024.

5. Eiser wordt hierin niet gevolgd. In het voortgangsrapport staat dat op 6 december 2024 een vertrekgesprek met eiser is gevoerd. Het verslag van dit vertrekgesprek heeft verweerder, in reactie op de gronden van eiser, toegevoegd aan het digitale dossier. Daarnaast heeft verweerder een verslag van een op 7 januari 2025 gevoerd vertrekgesprek toegevoegd aan het digitale dossier. Er bestaat dan ook geen reden om aan te nemen dat het vertrekgesprek van 6 december 2024 (evenals het vertrekgesprek van 7 januari 2025) niet heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft, naast het voeren van vertrekgesprekken met eiser, ook driemaal gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten, namelijk op 14 november, 5 december en 24 december 2024. Naar het oordeel van de rechtbank werkt verweerder hiermee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser naar Marokko.

6. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 8 januari 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2024:19067. Deze uitspraak is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 23 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5319.