Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:18445 ECLI:NL:RBDHA:2025:18445 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:18445 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:18445
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.19726 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. R. Bom), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 3 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 april 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:18445 · Rechtbank Den Haag: Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.19726 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. R. Bom), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 3 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 april 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.19724, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.

Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.