ECLI:NL:RBDHA:2025:1685 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48300 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], verzoekster (gemachtigde: mr. J. Sinnema), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluit van 5 september 2024 (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing gebleven van verzoekster haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij haar meerderjarige dochter [naam 2] (referente).
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2025:1685 · Rechtbank Den Haag: J. Sinnema), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluit van 5 september 2024 (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing gebleven van verzoekster haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij haar meerderjarige dochter [naam 2] (referente).
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48300 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], verzoekster (gemachtigde: mr. J. Sinnema), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluit van 5 september 2024 (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing gebleven van verzoekster haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij haar meerderjarige dochter [naam 2] (referente).
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.38022, op 3 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de dochter van referente, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.38022, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907,- Deze uitspraak is gedaan door mr.
A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.