ECLI:NL:RBDHA:2025:16144 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38321 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding In het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Verzoeker heeft beroep (NL25.38320) ingesteld tegen het bestreden besluit.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2025:16144 · Rechtbank Den Haag: Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet aan Duitsland wordt overgedragen voordat er op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummer NL25.38320 is het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft afgedaan. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38321 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding In het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Verzoeker heeft beroep (NL25.38320) ingesteld tegen het bestreden besluit.
Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet aan Duitsland wordt overgedragen voordat er op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummer NL25.38320 is het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft afgedaan. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2025 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.