Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:13780 ECLI:NL:RBDHA:2025:13780 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:13780 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:13780
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.27784 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procedureverloop Bij besluit van 14 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:13780 · Rechtbank Den Haag: D.W.M. van Erp), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procedureverloop Bij besluit van 14 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Keywords

AI generated
lack of procedural indigence remission of procedural costs advance on court costs absence of hardship right to a decision proof of legal aid
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.27784 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procedureverloop Bij besluit van 14 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.44078, op 11 juni 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. C.T.W. van Dijk als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker. Als tolk is verschenen P. Cuijpers. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.44078, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.

Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak bestaat er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier. zaaknummer: NL24.27784 2 Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 juli 2025 Documentcode: [Documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.