Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2025:13 ECLI:NL:RBDHA:2025:13 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:13 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2025:13
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.13654 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop 1. Eiseres heeft op 8 oktober 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2025:13 · Rechtbank Den Haag: De aanvraag van eiseres is op 18 mei 2023 opgenomen in de nationale procedure, nadat het onderzoek als bedoeld in artikel 42, zesde lid van de Vw is afgerond. De wettelijke beslistermijn van vijftien maanden, die in de gronden van het beroep niet wordt bestreden, eindigde derhalve op 18 augustus 2024. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 11 maart 2024 prematuur is ingediend, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk.

Keywords

AI generated
expired residence permit delayed asylum application duration of stay suspension of naturalization suspension of benefit entitlement entry permit
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.13654 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop 1. Eiseres heeft op 8 oktober 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. Eiseres heeft op 28 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

3. Op 27 september 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiseres gegrond verklaard en daarbij aan de minister een beslistermijn van vier weken opgelegd. Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn zou overschrijden, met een maximum van € 7.500,-.

4. De minister heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Bij uitspraak van 28 november 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het verzet van de minister gegrond verklaard. Op 12 december 2024 is hersteluitspraak gedaan, welke in de plaats treedt van de uitspraak van 28 november 2024.

5. In onderhavige uitspraak beslist de rechtbank opnieuw op het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar asielaanvraag. 5.1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. Overwegingen 6. Voordat eiseres een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, moet eiseres schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiseres beroep indienen.

7. De minister moet uiterlijk binnen vijftien maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Als in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt onderzocht of de aanvraag niet in behandeling dient te worden genomen, vangt de termijn aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

8. De aanvraag van eiseres is op 18 mei 2023 opgenomen in de nationale procedure, nadat het onderzoek als bedoeld in artikel 42, zesde lid van de Vw is afgerond. De wettelijke beslistermijn van vijftien maanden, die in de gronden van het beroep niet wordt bestreden, eindigde derhalve op 18 augustus 2024. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 11 maart 2024 prematuur is ingediend, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters,griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Artikel 42, eerste en vierde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 42, zesde lid van de Vw.