Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2024:16680 ECLI:NL:RBDHA:2024:16680 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2024:16680 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2024:16680
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.25701 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding In het besluit van 29 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 19 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Beoordeling door de rechtbank 1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2024:16680 · Rechtbank Den Haag: Op 21 februari 2024 heeft de rechtbank aan eiser gevraagd om aan te geven of eiser zijn beroep nog wil handhaven gelet op de intrekking van het bestreden besluit. Eiser heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank stelt vast dat eiser geen belang meer heeft bij het voortzetten van dit beroep tegen het ingetrokken besluit.

Keywords

AI generated
suspension of naturalization removal under immigration law revocation of refugee status expired residence permit revocation of nationality unlawful stay

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.25701 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding In het besluit van 29 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 19 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Beoordeling door de rechtbank 1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.

2. Op 21 februari 2024 heeft de rechtbank aan eiser gevraagd om aan te geven of eiser zijn beroep nog wil handhaven gelet op de intrekking van het bestreden besluit. Eiser heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank stelt vast dat eiser geen belang meer heeft bij het voortzetten van dit beroep tegen het ingetrokken besluit.

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

4. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, volgt dat het beroep op het moment van instellen terecht was. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875,- (achthonderdvijfenzeventig euro).

Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Algemene wet bestuursrecht. Zie de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5415. Besluit proceskosten bestuursrecht.