ECLI:NL:RBDHA:2024:16601 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.32736 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Algerijnse nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. D. de Vries), en de Minister van Asiel en Migratie , Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:22 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2024:16601 · Rechtbank Den Haag: Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb in het beroep ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de minister ook in de onderhavige procedure wordt veroordeeld in de door verzoeker gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1 voor het gewicht van de zaak). Beslissing De voorzieningenrechter: -wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; -veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.32736 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Algerijnse nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. D. de Vries), en de Minister van Asiel en Migratie , Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.32735, op 30 september 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van verweerder is verschenen. De gemachtigde van eiser en eiser zijn, met kennisgeving, niet verschenen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.32735, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb in het beroep ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de minister ook in de onderhavige procedure wordt veroordeeld in de door verzoeker gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1 voor het gewicht van de zaak). Beslissing De voorzieningenrechter: -wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; -veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.