Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2024:10550 ECLI:NL:RBDHA:2024:10550 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2024:10550 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2024:10550
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL23.1387 en NL23.1389 uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2024 in de zaken tussen [verzoekster], v-nummer [nummer 1], [naam kind 1], v-nummer [nummer 2], mede namens de minderjarige kinderen van [verzoekster]: [naam kind 2], v-nummer: [nummer 3], [naam kind 3] , v-nummer: [nummer 4], samen: verzoekers (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: [naam gemachtigde]). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om een voorlopige voorziening die verzoekers hebben ingediend hangende hun beroepen tegen de besluiten van 12 januari 2023 van de staatssecretaris op de aanvragen van verzoekers. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2024:10550 · Rechtbank Den Haag: M.H. van der Linden), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: [naam gemachtigde]). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om een voorlopige voorziening die verzoekers hebben ingediend hangende hun beroepen tegen de besluiten van 12 januari 2023 van de staatssecretaris op de aanvragen van verzoekers. 1.1.

Keywords

AI generated
dismissal of civil servant inaction of public prosecutor untimely recusal request recusal of public prosecutors discontinuation of proceedings provisional suspension
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL23.1387 en NL23.1389 uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2024 in de zaken tussen [verzoekster], v-nummer [nummer 1], [naam kind 1], v-nummer [nummer 2], mede namens de minderjarige kinderen van [verzoekster]: [naam kind 2], v-nummer: [nummer 3], [naam kind 3] , v-nummer: [nummer 4], samen: verzoekers (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: [naam gemachtigde]). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om een voorlopige voorziening die verzoekers hebben ingediend hangende hun beroepen tegen de besluiten van 12 januari 2023 van de staatssecretaris op de aanvragen van verzoekers. 1.1.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL23.1386 en NL23.1388, op 22 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.1386 en NL23.1388, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus - Visschers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Kok, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.