Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:9764 ECLI:NL:RBDHA:2023:9764 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9764 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:9764
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17934 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2023 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: N. Mikolajczyk). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen zijn ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Deze ophouding is begonnen op 17 juni 2023 om 00.45 uur en geëindigd op 17 juni 2023 om 14.04 uur. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 27 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de ophouding van eiser onrechtmatig was. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9764 · Rechtbank Den Haag: Het beroep is ongegrond. De ophouding van eiser was rechtmatig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Moet de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding ambtshalve toetsen? 4. Eiser stelt dat de ophouding onrechtmatig is geweest, maar hij heeft deze grond niet nader toegelicht. Op de zitting heeft eiser het standpunt ingenomen dat hij ervan uit gaat dat de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding ambtshalve zal beoordelen. 4.1. De rechtmatigheid van een maatregel van bewaring wordt door de rechtbank ambtshalve getoetst.

Keywords

AI generated
extension of detention deportation duration of stay departure deadline temporary protection closure of criminal inquiry suspension period

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17934 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2023 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: N. Mikolajczyk). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen zijn ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Deze ophouding is begonnen op 17 juni 2023 om 00.45 uur en geëindigd op 17 juni 2023 om 14.04 uur. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 27 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de ophouding van eiser onrechtmatig was. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. Het beroep is ongegrond. De ophouding van eiser was rechtmatig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Moet de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding ambtshalve toetsen? 4. Eiser stelt dat de ophouding onrechtmatig is geweest, maar hij heeft deze grond niet nader toegelicht. Op de zitting heeft eiser het standpunt ingenomen dat hij ervan uit gaat dat de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding ambtshalve zal beoordelen. 4.1. De rechtmatigheid van een maatregel van bewaring wordt door de rechtbank ambtshalve getoetst.

Dit geldt echter niet voor een ophouding, zoals hier aan de orde is. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het gebruik van de bevoegdheid om een vreemdeling op te houden niet valt onder het bereik van het Unierecht. Gelet op genoemde rechtspraak zal de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding dan ook niet aan een ambtshalve toets onderwerpen. De ophouding 5. Nu eiser zijn beroep niet inhoudelijk heeft toegelicht leidt dit ertoe dat het beroep niet slaagt. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond.

Dat betekent dat de ophouding van eiser rechtmatig was. De staatssecretaris hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van J. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858. Uitspraak van 5 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:29.