Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:9687 ECLI:NL:RBDHA:2023:9687 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9687 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:9687
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17825 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. N. van Bremen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.R. Freijsen). Procesverloop Bij besluit van 17 augustus 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 19 november 2021 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met als doel ‘verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands kind’ afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9687 · Rechtbank Den Haag: N. van Bremen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.R. Freijsen). Procesverloop Bij besluit van 17 augustus 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 19 november 2021 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met als doel ‘verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands kind’ afgewezen.

Keywords

AI generated
urgent preliminary ruling procedure lack of urgency effects of a preliminary ruling primacy of statute law provisional enforceability interim measure
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17825 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. N. van Bremen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.R. Freijsen). Procesverloop Bij besluit van 17 augustus 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 19 november 2021 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met als doel ‘verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands kind’ afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 23 januari 2023 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.3772, op 1 juni 2023 op zitting behandeld.

Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting tot betaling van griffierecht. De rechtbank ziet op basis van de door verzoeker verstrekte gegevens aanleiding om dit verzoek toe te wijzen.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.3772, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 juni 2023 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.