Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:9684 ECLI:NL:RBDHA:2023:9684 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9684 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:9684
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21616 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M.M. Volwerk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 september 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:9684 · Rechtbank Den Haag: M.M. Volwerk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 september 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Keywords

AI generated
suspension of naturalization procedural objections asylum procedure removal under immigration law reinstatement of refugee status revocation of nationality
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21616 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M.M. Volwerk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 september 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 11 mei 2023 heeft verweerder aangegeven zich niet meer tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening te verzetten en akkoord te zijn met uitspraak doen zonder zitting. Op diezelfde dag heeft eiseres aangegeven ook akkoord te zijn met uitspraak doen zonder zitting. De voorzieningenrechter heeft vervolgens bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft en heeft op 12 mei 2023 het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoekster vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek tot een voorlopige voorziening toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoekster uit te zetten, totdat op het bezwaarschrift is beslist.

2. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, waarde per punt van € 837,-, wegingsfactor 1), vanwege de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3. Ook dient verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van €184,- aan haar te vergoeden op grond van artikel 8:82, vijfde lid van de Awb. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt verweerder om verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaarschrift is beslist; - veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,- (achthonderdzevenendertig euro); - gelast dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184,- (honderdvierentachtig euro) aan verzoekster vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.