ECLI:NL:RBDHA:2023:8367 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13312 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. L.J. Meijering), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Weerman). Procesverloop In het besluit van 2 december 2021 (het primaire besluit I) heeft verweerder de aan verzoeker verleende reguliere vergunning onder de beperking “tijdelijke humanitaire gronden” ingetrokken. Daarnaast is aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2023:8367 · Rechtbank Den Haag: L.J. Meijering), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Weerman). Procesverloop In het besluit van 2 december 2021 (het primaire besluit I) heeft verweerder de aan verzoeker verleende reguliere vergunning onder de beperking “tijdelijke humanitaire gronden” ingetrokken. Daarnaast is aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13312 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. L.J. Meijering), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Weerman). Procesverloop In het besluit van 2 december 2021 (het primaire besluit I) heeft verweerder de aan verzoeker verleende reguliere vergunning onder de beperking “tijdelijke humanitaire gronden” ingetrokken. Daarnaast is aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
In het besluit van 20 december 2021 (het primaire besluit II) heeft verweerder de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de hiervoor genoemde vergunning afgewezen. Bij besluit van 20 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de (afzonderlijk) ingediende bezwaren tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL22.13311 (het beroep), op 22 maart 2023 op zitting behandeld.
Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens was een tolk aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.13311, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Willems - Keekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.