Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:8341 ECLI:NL:RBDHA:2023:8341 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:8341 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:8341
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4790 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], verzoekster V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Lu). Procesverloop Verweerder heeft op 3 juni 2022 de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis afgewezen. Op 13 juni 2022 is mede namens verzoekster bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verzoekster heeft op 15 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaarschrift.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:8341 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184 te vergoeden. Verzoekster kan zich dan ook tot verweerder wenden met het verzoek om vergoeding van het door haar betaalde griffierecht. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent); Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Keywords

AI generated
lack of prosecutorial standing authorization for criminal prosecution prosecutorial delay locus standi authorization to sue prosecutor's margin of discretion

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4790 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], verzoekster V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Lu). Procesverloop Verweerder heeft op 3 juni 2022 de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis afgewezen. Op 13 juni 2022 is mede namens verzoekster bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verzoekster heeft op 15 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaarschrift.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verweerder heeft op 5 april 2023 een beslissing op het bezwaarschrift genomen. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaarschrift van verzoekster heeft besloten en dit besluit hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft genomen, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.

3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184 te vergoeden. Verzoekster kan zich dan ook tot verweerder wenden met het verzoek om vergoeding van het door haar betaalde griffierecht. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent); Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.