Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:8237 ECLI:NL:RBDHA:2023:8237 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:8237 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:8237
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.18894 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M. Erik), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 21 september 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 januari 2022. Bij besluit van 23 januari 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Eiser heeft desgevraagd meegedeeld dat hij zijn beroep handhaaft voor zover dit ziet op een proceskostenveroordeling. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, stelt de rechtbank vast dat met de inwilliging van de asielaanvraag aan het beroep tegemoet is gekomen, zodat eiser gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:8237 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Keywords

AI generated
lack of procedural indigence procedural costs undue delay in asylum procedural issues reopening of asylum proceedings discontinuation of proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.18894 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M. Erik), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 21 september 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 januari 2022. Bij besluit van 23 januari 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Eiser heeft desgevraagd meegedeeld dat hij zijn beroep handhaaft voor zover dit ziet op een proceskostenveroordeling. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, stelt de rechtbank vast dat met de inwilliging van de asielaanvraag aan het beroep tegemoet is gekomen, zodat eiser gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.

2. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.