ECLI:NL:RBDHA:2023:7993 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19382 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 1 september 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijf als familie- of gezinslid bij [A] buiten behandeling gesteld. In het besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar dat eiseres heeft ingediend ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2023:7993 · Rechtbank Den Haag: F.W. Verweij), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 1 september 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijf als familie- of gezinslid bij [A] buiten behandeling gesteld. In het besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar dat eiseres heeft ingediend ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19382 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 1 september 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijf als familie- of gezinslid bij [A] buiten behandeling gesteld. In het besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar dat eiseres heeft ingediend ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De partijen hebben, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, verklaard dat zij hiervan geen gebruik willen maken. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is gesloten. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.1022, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 10 mei 2023 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.