Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7990 ECLI:NL:RBDHA:2023:7990 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7990 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7990
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.12160 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser geboren op [geboortedatum], van Somalische nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: C. van der Meijs). Procesverloop Op 20 oktober 2021 heeft eiser een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend. Bij brief van 20 mei 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 28 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 21 oktober 2022 een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2023:7990 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.

Keywords

AI generated
untimely request for extension undue delay in asylum extension of proceedings expiry of statutory deadline extension of detention deportation building permit extension

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.12160 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser geboren op [geboortedatum], van Somalische nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: C. van der Meijs). Procesverloop Op 20 oktober 2021 heeft eiser een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend. Bij brief van 20 mei 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 28 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 21 oktober 2022 een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.

3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.

5. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.

6. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 20 oktober 2021. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser aanvankelijk op 19 april 2022 eindigen. Verweerder heeft op 31 maart 2022 de beslistermijn met negen maanden verlengd. De beslistermijn verstrijkt daarmee in ieder geval niet voor 20 januari 2023.

7. De ingebrekestelling is ingediend op 20 mei 2022. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

8. De rechtbank verklaart het beroep, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.