ECLI:NL:RBDHA:2023:7984 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.12950 en NL20.12952 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [naam], verzoeker 1, V-nummer: [nummer], en [naam] , verzoeker 2, V-nummer: [nummer] hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 18 juni 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2023:7984 · Rechtbank Den Haag: De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 25 mei 2023 in de zaken met nummers NL20.12949 en NL20.12951 heeft de rechtbank de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben afgedaan. Daarom zijn geen voorlopige voorzieningen meer nodig. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.12950 en NL20.12952 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [naam], verzoeker 1, V-nummer: [nummer], en [naam] , verzoeker 2, V-nummer: [nummer] hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 18 juni 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben beroep (NL20.12949 en NL20.12951) ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet zullen worden uitgezet voordat er op de beroepen is beslist. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken met nummers NL20.12949 en NL20.12951, op 16 juli 2020 op een zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.H.T. Jansen. Ter zitting is het onderzoek geschorst.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 25 mei 2023 in de zaken met nummers NL20.12949 en NL20.12951 heeft de rechtbank de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben afgedaan. Daarom zijn geen voorlopige voorzieningen meer nodig. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.