Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7806 ECLI:NL:RBDHA:2023:7806 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7806 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7806
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 23/573 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser wonende te Paterswolde v-nummer: [vnummer] en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder Inleiding 1. Eiser heeft tegen een onbekend besluit van verweerder beroep ingesteld. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:7806 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft tegen een onbekend besluit van verweerder beroep ingesteld. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 1.

Keywords

AI generated
right to a decision authorization to sue declining of jurisdiction standing against building permit prohibition of arbitrariness notification of the decision

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 23/573 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser wonende te Paterswolde v-nummer: [vnummer] en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder Inleiding 1. Eiser heeft tegen een onbekend besluit van verweerder beroep ingesteld. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 1.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 2. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Heeft eiser tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd? 3.

Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft eiser in haar brief van 27 januari 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.

4. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 17 maart 2023 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld een kopie van een besluit in te dienen binnen twee weken na dagtekening van die brief.

5. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar? 6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.