Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7493 ECLI:NL:RBDHA:2023:7493 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7493 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7493
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/53 en SGR 23/54 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2023 als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van [verzoeker 1], [verzoeker 2] en [verzoeker 3] allen wonende te [woonplaats] (Zuid-Afrika), verzoekers (gemachtigde: drs. F.W. King) Belanghebbende: de minister van Buitenlandse Zaken Procesverloop Verzoekers hebben verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 26 april 2022 (SGR 20/6827 en 20/6828). De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Voor de van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de hiervoor vermelde uitspraak van 26 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:15910.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:119 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:7493 · Rechtbank Den Haag: Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht stond de vraag centraal of het verlies van het Nederlanderschap van rechtswege ten tijde van de peildatum, 24 november 1995, voor verzoekers uit oogpunt van de uit het Unieburgerschap voortvloeiende rechten onevenredig is. De rechtbank heeft die vraag ontkennend beantwoord en geoordeeld dat de minister van Buitenlandse Zaken (de minister) terecht heeft geweigerd een Nederlands paspoort aan verzoekers te verstrekken, omdat zij het Nederlanderschap van rechtswege op 24 november 1995 hebben verloren, 3. Verzoekers hebben in hun verzoeken om herziening aangevoerd dat de minister het evenredigheidsbeginsel te rigide uitlegt en daardoor afbreuk doet aan het vrij verkeer van personen zoals gewaarborgd in artikel 20 VWEU.

Keywords

AI generated
loss of citizenship reinstatement of refugee status annulment of naturalization removal reconsideration of expulsion consequences of withdrawal

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:119 van de Awb
Op grond van artikel 8:119 van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBDHA:2022:15910
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: SGR 20/6827 en 20/6828 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2022 in de zaken tussen [eiser 1], eiser [eiser 2], eiser 2 [eiseres] , eiseres tezamen: eisers allen, te [woonplaats] (Zuid-Afrika), (gemachtigde: drs. F.W. King), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. L.H.T. Geuzendam). Procesverloop Bij afzonderlijke besluiten van 20 juni 2018 en 1 november 2018 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2010:BN4287
Procesverloop Bij uitspraak van 3 maart 2010 in zaak nr.
ECLI:NL:CRVB:2022:2257
22750 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 januari 2022, 20/1731 WAO Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 19 oktober 2022 PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om de uitspraak van de Raad van 27 januari 2022, 20/1731 WAO, te herzien. Verzoeker heeft bij brieven van 10 en 23 augustus 2022 zijn verzoek aanvullend onderbouwd. Het Uwv heeft een reactie gegeven op het verzoek. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2022. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN 1. Voor de van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de hiervoor vermelde uitspraak van 27 januari 2022.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/53 en SGR 23/54 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2023 als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van [verzoeker 1], [verzoeker 2] en [verzoeker 3] allen wonende te [woonplaats] (Zuid-Afrika), verzoekers (gemachtigde: drs. F.W. King) Belanghebbende: de minister van Buitenlandse Zaken Procesverloop Verzoekers hebben verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 26 april 2022 (SGR 20/6827 en 20/6828). De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Voor de van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de hiervoor vermelde uitspraak van 26 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:15910.

2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht stond de vraag centraal of het verlies van het Nederlanderschap van rechtswege ten tijde van de peildatum, 24 november 1995, voor verzoekers uit oogpunt van de uit het Unieburgerschap voortvloeiende rechten onevenredig is. De rechtbank heeft die vraag ontkennend beantwoord en geoordeeld dat de minister van Buitenlandse Zaken (de minister) terecht heeft geweigerd een Nederlands paspoort aan verzoekers te verstrekken, omdat zij het Nederlanderschap van rechtswege op 24 november 1995 hebben verloren, 3. Verzoekers hebben in hun verzoeken om herziening aangevoerd dat de minister het evenredigheidsbeginsel te rigide uitlegt en daardoor afbreuk doet aan het vrij verkeer van personen zoals gewaarborgd in artikel 20 VWEU.

4. De rechtbank oordeelt over de verzoeken als volgt. 4.1. Op grond van artikel 8:119 van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. 4.2. Verzoekers hebben in hun verzoeken geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Alles wat zij in hun herzieningsverzoeken aanvoeren hebben zij al aangevoerd in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 26 april 2022 of hadden zij in die procedure kunnen aanvoeren. Volgens vaste rechtspraak is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. De verzoeken om herziening zijn daarom kennelijk ongegrond.

Conclusie 4.3. De verzoeken van verzoekers om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 26 april 2022 worden afgewezen. 4.4. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank wijst de verzoeken om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2023. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4287 en van de Centrale Raad van Beroep van 19 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2257.