Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7277 ECLI:NL:RBDHA:2023:7277 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7277 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7277
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13125 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verzoeker heeft op 10 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 november 2021. Bij besluit van 21 november 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd. Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:7277 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit te nemen. Het verzoek is kennelijk gegrond.

Keywords

AI generated
procedural costs untimely advance on costs professional expenses reasonable duration of the proceedings party costs of attorney unnecessary costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13125 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verzoeker heeft op 10 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 november 2021. Bij besluit van 21 november 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd. Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit te nemen. Het verzoek is kennelijk gegrond.

3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten ter hoogte van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.