Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7218 ECLI:NL:RBDHA:2023:7218 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7218 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7218
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.3323 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer](gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. M. van der Lubben). Procesverloop Bij besluit van 5 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7218 · Rechtbank Den Haag: S.A.M. Fikken), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. M. van der Lubben). Procesverloop Bij besluit van 5 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Keywords

AI generated
asylum application of Ethiopian lawful return reopening of asylum proceedings unreasonableness of return to Afghanistan principle of non-refoulement reconsideration of expulsion
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.3323 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer](gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. M. van der Lubben). Procesverloop Bij besluit van 5 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Uit het bericht van 12 april 2023 volgt dat eiser en zijn gemachtigde niet ter zitting verschijnen omdat eiser op 28 maart 2023 met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar Ethiopië is teruggekeerd. De gemachtigde van eiser heeft voorts een e-mail van eiser overgelegd waaruit ditzelfde blijkt.

2. De rechtbank ziet zich gelet op het voorgaande voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de beoordeling van het voorliggende beroep.

3. Verweerder heeft ter zitting een verklaring van 28 maart 2023 van de IOM overgelegd, met als bijlage een door eiser op 27 maart 2023 ondertekende vertrekverklaring. Met deze vertrekverklaring heeft eiser verklaard dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat zijn openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd.

4. Nu eiser blijkens de vertrekverklaring is vertrokken naar zijn land van herkomst en hij met die vertrekverklaring heeft verklaard dat zijn openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd, en dit niet door of namens hem is betwist, is de rechtbank van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.