Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7190 ECLI:NL:RBDHA:2023:7190 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7190 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7190
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14330 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A. Heida), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 25 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7190 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft op 6 november 2021 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is op 20 juni 2022 opgenomen in de nationale asielprocedure. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedraagt de beslistermijn zes maanden. Verweerder heeft met WBV 2022/22 besloten de beslistermijn voor aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de beslistermijn op de datum van de inwerkingtreding van de WBV nog niet is verstreken met 9 maanden te verlengen. Dit betekent in dit geval dat verweerder uiterlijk op 20 september 2023 een beslissing zal moeten nemen.

Keywords

AI generated
delayed asylum application excessive procedural duration prolonged absence abroad duration of judicial expulsion suspension of naturalization statutory deadline
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14330 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A. Heida), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 25 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Eiser heeft op 6 november 2021 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is op 20 juni 2022 opgenomen in de nationale asielprocedure. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedraagt de beslistermijn zes maanden. Verweerder heeft met WBV 2022/22 besloten de beslistermijn voor aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de beslistermijn op de datum van de inwerkingtreding van de WBV nog niet is verstreken met 9 maanden te verlengen. Dit betekent in dit geval dat verweerder uiterlijk op 20 september 2023 een beslissing zal moeten nemen.

3. Dit betekent dat de ingebrekestelling en beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag prematuur zijn.

4. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.