Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:7163 ECLI:NL:RBDHA:2023:7163 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7163 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:7163
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6551 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is gebruik gemaakt van een telefonische tolk Arabisch (Algerijns). Overwegingen 1. Op 28 juli 2022 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Eiser stelt daarbij te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft aan de asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij na het overlijden van zijn ouders door zijn ooms is mishandeld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:7163 · Rechtbank Den Haag: Verweerder kan daarom niet zonder nader onderzoek van de registratie in Spanje uitgaan. Er had dan ook een leeftijdsonderzoek moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt als volgt.

Keywords

AI generated
proof of minority immigration law fraud central register of foreign nationals identity documents proof of statelessness illegal departure grounds

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBDHA:2023:1535
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26199 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:RBDHA:2023:1821
Denk dat RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB 23/544 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 februari 2023 in de zaak tussen: [verzoeker], thans verblijvende in Echt, verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder (gemachtigde: mr. P. Kallenbach). Zitting hebben: Mr. S. van Lokven rechter Mr. M.J. Beckers griffier Procesverloop Verzoeker heeft op 28 juli 2022 een asielaanvraag ingediend waarbij hij heeft verklaard minderjarig te zijn.
ECLI:NL:RVS:2022:3147
202104145/1/V1. Datum uitspraak: 2 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 juni 2021 in zaak nr. NL21.6802 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6551 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is gebruik gemaakt van een telefonische tolk Arabisch (Algerijns). Overwegingen 1. Op 28 juli 2022 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Eiser stelt daarbij te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft aan de asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij na het overlijden van zijn ouders door zijn ooms is mishandeld.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht geloofwaardig dat eiser familieproblemen heeft, maar concludeert dat eiser hiermee geen verklaringen heeft afgelegd die raken aan de toelatingsronden voor asiel. Verder overweegt verweerder dat eiser hem heeft misleid over zijn identiteit door bij de aanvraag een minderjarige leeftijd op te geven. Uit onderzoek in Spanje is gebleken dat eiser daar geregistreerd staat met de geboortedatum [Geboortedatum 2]. Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en voert daartoe aan dat verweerder ten onrechte is uitgegaan van een meerderjarige leeftijd.

Omdat eiser minderjarig is had geen terugkeerbesluit mogen worden uitgevaardigd. De IND heeft bij de schouw geconcludeerd dat hij evident minderjarig is en dit volgt ook uit de rapportage van Stichting Nidos en de eigen verklaringen van eiser. Er kan worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de schouw en de registratie in Spanje. Eiser verwijst naar uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 13 februari 2023 en van 16 februari 2023. De verklaring die eiser heeft gegeven voor het opgeven van een meerderjarige leeftijd in Spanje komt overeen met gelijkluidende verklaringen van andere asielzoekers.

Verweerder kan daarom niet zonder nader onderzoek van de registratie in Spanje uitgaan. Er had dan ook een leeftijdsonderzoek moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder heeft in overeenstemming met werkinstructie 2018/19 onderzoek gedaan naar de leeftijdsregistratie in een andere lidstaat, nadat was gebleken dat de conclusies van de schouw door de AVIM en de IND medewerkers niet overeen kwamen. Daargelaten de vraag of er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de wijze waarop een schouw is uitgevoerd, is er in een dergelijke situatie op grond van verweerders beleid aanleiding voor bedoeld onderzoek. De rechtbank ziet in de door eiser aangehaalde uitspraken geen aanleiding anders te oordelen. Uit het door verweerder verrichte onderzoek volgt dat eiser in Spanje staat geregistreerd met een andere geboortedatum. Verweerder mocht op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van deze registratie uitgaan. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022. Verweerder was dan ook niet gehouden om aan eiser een leeftijdsonderzoek aan te bieden.

5. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de registratie in Spanje in zijn geval niet klopt. Eiser is hier niet in geslaagd. Allereerst stelt de rechtbank vast dat eiser geen identificerende documenten of andere documenten heeft overgelegd, waarmee hij zijn geboortedatum aannemelijk zou kunnen maken. Verder heeft hij in Spanje zelf verklaard meerderjarig te zijn. De in het dossier aanwezige schriftelijke verklaring waarin is te lezen dat Nidos ervan overtuigd is dat eiser een minderjarige jongen is, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat de registratie in Spanje desondanks onjuist is. Buiten de algemene opmerking dat eiser in de opvang begeleiding nodig heeft, wordt in de verklaring niet geconcretiseerd waar de conclusie van minderjarigheid op is gebaseerd. Dat eiser naar eigen zeggen in Spanje een meerderjarige leeftijd heeft opgegeven om te kunnen doorreizen en dat dit onder minderjarige vreemdelingen vaker voorkomt, is evenmin voldoende om aannemelijk te maken dat de registratie in Spanje onjuist is.

6. Verweerder is daarom terecht uitgegaan van de leeftijdsregistratie in Spanje. Hieruit heeft verweerder voorts kunnen concluderen dat eiser hem heeft misleid over zijn identiteit.

7. Nu tegen de beoordeling van eisers asielmotief geen gronden zijn geformuleerd, komt de rechtbank tot de conclusie dat de aanvraag terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond en dat tegen eiser terecht een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. Anders dan eiser verder nog heeft gesteld, is in het terugkeerbesluit voldoende duidelijk vermeldt dat eiser moet terugkeren naar Algerije.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr.E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. ECLI:NL:RBDHA:2023:1535. ECLI:NL:RBDHA:2023:1821. Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. Immigratie en Naturalisatiedienst. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2022:3147.