Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:6964 ECLI:NL:RBDHA:2023:6964 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:6964 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:6964
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.22845 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiser 1, v-nummer: [nummer] [naam 2] , eiseres 1, v-nummer: [nummer][naam 3], eiseres 2, v-nummer: [nummer] [naam 4] , eiser 2, v-nummer: [nummer]hierna allen gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet) en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om aan eiseres 1, eiseres 2 en eiser 2 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen in het kader van nareis.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:6964 · Rechtbank Den Haag: Met de kennisgeving van 17 november 2022 is verweerder aan eisers tegemoet gekomen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Keywords

AI generated
complexity of proceedings procedural delays procedural costs referral order discontinuation of proceedings professional career

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb
De rechtbank ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.22845 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiser 1, v-nummer: [nummer] [naam 2] , eiseres 1, v-nummer: [nummer][naam 3], eiseres 2, v-nummer: [nummer] [naam 4] , eiser 2, v-nummer: [nummer]hierna allen gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet) en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om aan eiseres 1, eiseres 2 en eiser 2 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen in het kader van nareis.

Bij kennisgeving van 17 november 2022 heeft verweerder de Nederlandse ambassade te Istanbul gemachtigd om de mvv te verlenen. Eisers hebben de rechtbank naar aanleiding van dit inwilligende besluit aangegeven dat zij bereid zijn beroep in te trekken als verweerder bereid is de proceskosten te voldoen en een document daartoe te uploaden in het dossier. Nu verweerder hierop niet heeft gereageerd leidt de rechtbank af dat het beroep wordt gehandhaafd. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen 1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de aanvraag van referent. Nu hiermee geheel tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Met de kennisgeving van 17 november 2022 is verweerder aan eisers tegemoet gekomen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten.

3. Eisers hebben vanwege het niet-tijdig beslissen op de aanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

4. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de verplichting griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. Zij hebben dit verzoek voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe. Verweerder is dan ook niet gehouden om op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht te vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr.

A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.