Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:6301 ECLI:NL:RBDHA:2023:6301 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:6301 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:6301
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/6877 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 in de zaak tussen [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , allen van Syrische nationaliteit, hierna verzoekers (gemachtigde: mr. W.J. Rohlof), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Berrich).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:6301 · Rechtbank Den Haag: Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Keywords

AI generated
procedural costs professional expenses party costs of attorney administrative costs legal representation costs costs of expert opinion

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/6877 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 in de zaak tussen [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] , allen van Syrische nationaliteit, hierna verzoekers (gemachtigde: mr. W.J. Rohlof), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Berrich).

Procesverloop Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 28 maart 2022. In het besluit van 7 februari 2023 heeft verweerder de mvv aanvraag verleend. Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. In het verweerschrift van 29 november 2022 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten.

Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekers.

4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 0,5).

5. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden. Verzoekers zullen zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.