Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:619 ECLI:NL:RBDHA:2023:619 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:619 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:619
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24611 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.M. Maas). Procesverloop Bij besluit van 30 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3 van het EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2023:619 · Rechtbank Den Haag: Eiser stelt in zijn beroepsgronden en/of ter zitting dat in Italië aanzienlijke tekortkomingen zijn in de opvang en leefomstandigheden van asielzoekers. Door de toestroom van asielzoekers en de nieuwe rechtse regering zal de opvang naar verwachting nog verder versoberen. Eiser zal bij terugkeer daarom in een situatie terechtkomen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Hierbij wordt ook verwezen naar een circulair letter van 5 december 2022 van de Dublin-unit Italië. Het beleid van de nieuwe rechtse regering ten aanzien van asielzoekers is relevant voor de beoordeling of Italië zich nog houdt aan haar internationale afspraken.

Keywords

AI generated
entry and travel ban international protection Roma asylum application deportation despite health issues removal international sanction

Cited Legislation

AI generated
artikel 3 van het EVRM
Eiser zal bij terugkeer daarom in een situatie terechtkomen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2022:2497
202204821/1/V1. Datum uitspraak: 26 augustus 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 5 augustus 2022 in zaak nr. NL22.14199 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2022:49
202107577/1/V1. Datum uitspraak: 10 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 29 november 2021 in zaak nr. NL21.14895 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2020:2580
202002114/1/V1. Datum uitspraak: 30 oktober 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 20 maart 2020 in zaak nr. NL19.20390 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24611 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.M. Maas). Procesverloop Bij besluit van 30 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.B. van den Toorn-Volkers als vervanger van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y. Attayee. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Uitgangspunt is dat de zaak wordt beoordeeld overeenkomstig de Dublinverordening.

2. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

3. Eiser stelt in zijn beroepsgronden en/of ter zitting dat in Italië aanzienlijke tekortkomingen zijn in de opvang en leefomstandigheden van asielzoekers. Door de toestroom van asielzoekers en de nieuwe rechtse regering zal de opvang naar verwachting nog verder versoberen. Eiser zal bij terugkeer daarom in een situatie terechtkomen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Hierbij wordt ook verwezen naar een circulair letter van 5 december 2022 van de Dublin-unit Italië. Het beleid van de nieuwe rechtse regering ten aanzien van asielzoekers is relevant voor de beoordeling of Italië zich nog houdt aan haar internationale afspraken.

Daarnaast zal eiser in Italië problemen ondervinden met een reisagent. Hij heeft eerder problemen ondervonden omdat die reisagent van mening is dat eiser hem geld schuldig is. Eiser is in Nederland veiliger dan in Italië, omdat de Italiaanse autoriteiten asielzoekers slecht beschermt tegen mensenhandelaren. Dit volgt uit een rapport van Freedomhouse van 4 maart 2020. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het hebben van meerdere familieleden in Nederland geen zwaarwegend argument is voor toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening te meer omdat het ook de intentie van eiser was om naar zijn familie in Nederland te komen.

Verweerder heeft niet voldoende over zijn intentie en familie doorgevraagd. Hierbij verwijst eiser naar overweging 14 van de considerans van de Dublinverordening.

4. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in beginsel van uitgaan dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit ook recentelijk nog bevestigd. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet zo is. Hij is hier met het door hem gestelde niet in geslaagd.

5. Verweerder heeft de discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken. In de enkele stelling dat eiser familieleden in Nederland heeft, heeft verweerder echter geen aanleiding hoeven zien om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat familie- en gezinsleven al via de artikelen 9 en 16 van de Dublinverordening wordt beschermd. De intentie van eiser om naar Nederland te komen is hierbij niet relevant. Verweerder heeft ook voldoende doorgevraagd over het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie. Hetgeen eiser heeft aangevoerd is onvoldoende om een geslaagd beroep op artikel 17 van de Dublinverordening te kunnen doen. De Dublinverordening is niet bedoeld om op reguliere gronden verblijf bij een familielid te verkrijgen. Het beroep op overweging 14 van de considerans van de Dublinverordening slaagt daarom niet.

6. Eiser heeft ten slotte verwezen naar de circulair letter van 5 december 2022. Daarin hebben de Italiaanse autoriteiten verzocht om een tijdelijke opschorting van overdrachten. Dit kan worden vergeleken met de eerdere tijdelijke opschorting van overdrachten in verband met het coronavirus. Ook toen waren er geen overdrachten mogelijk en de Afdeling heeft in die situatie geoordeeld dat er sprake was van ook een tijdelijke onmogelijkheid. De circulair letter heeft dan ook niet tot gevolg dat het besluit onrechtmatig is.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2023 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verordening (EU) nr. 604/2013. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. “Freedom in the World 2020 The Annual Survey of Political Rights & Civil Liberties” van Freedom House. ECLI:NL:RVS:2022:2497; ECLI:NL:RVS:2022:49. Artikel 17 van de Dublinverordening. ECLI:NL:RVS:2020:2580.