Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:6013 ECLI:NL:RBDHA:2023:6013 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:6013 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:6013
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14191 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. F. Boone), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Op 22 juli 2022 heeft eiser beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder in voornoemd besluit dat geen bestuurlijke dwangsommen zijn verbeurd. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 1 juni 2022, waarin verweerder de asielaanvraag van eiser heeft ingewilligd. In dit besluit heeft verweerder geweigerd een door hem te verbeuren dwangsom vast te stellen. Het beroep richt zich alleen tegen deze weigering.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:6013 · Rechtbank Den Haag: De Tijdelijke wet sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.

Keywords

AI generated
undue delay in asylum unworthiness of asylum applicability of immigration law asylum of Sri Lankan nationals asylum for Iranian Kurds unreasonableness of expulsion

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14191 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. F. Boone), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Op 22 juli 2022 heeft eiser beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder in voornoemd besluit dat geen bestuurlijke dwangsommen zijn verbeurd. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 1 juni 2022, waarin verweerder de asielaanvraag van eiser heeft ingewilligd. In dit besluit heeft verweerder geweigerd een door hem te verbeuren dwangsom vast te stellen. Het beroep richt zich alleen tegen deze weigering.

2. De Tijdelijke wet sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.

3. De Afdeling heeft bij uitspraak van 30 november 2022 geoordeeld dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat de Tijdelijke wet op dit punt onverbindend moet worden geacht wegens strijd met het Unierecht.

4. Nu artikel 1 van de Tijdelijke wet in dit geval de mogelijkheid van een bestuurlijke dwangsom uitsluit, heeft verweerder in het besluit terecht vastgesteld dat hij geen bestuurlijke dwangsom aan eiser heeft verbeurd.

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2022:3352.