ECLI:NL:RBDHA:2023:5243 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL22.26535 en NL22.26539 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker en [naam] , V-nummer: [nummer] , verzoekster samen: verzoekers (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. D. Gökcan). Procesverloop In de besluiten van 17 november 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor familieleven op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8 van het EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2023:5243 · Rechtbank Den Haag: H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. D. Gökcan). Procesverloop In de besluiten van 17 november 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor familieleven op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL22.26535 en NL22.26539 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker en [naam] , V-nummer: [nummer] , verzoekster samen: verzoekers (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. D. Gökcan). Procesverloop In de besluiten van 17 november 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor familieleven op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen.
In de besluit van 25 november 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.26534 en NL22.26538, op 28 maart 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van verzoekers. Verzoekster is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in zaaknummers NL22.26534 en NL22.26538, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.