Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:507 ECLI:NL:RBDHA:2023:507 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:507 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:507
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23399 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoekster v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak). Procesverloop Bij besluit van 16 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:507 · Rechtbank Den Haag: Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening bepaald dat het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb achterwege blijft. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 5 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep (NL22.23398) waarop dit verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.

Keywords

AI generated
immediate dismissal discontinuation of proceedings termination of benefits termination of service provisional practice authorization urgent preliminary ruling procedure
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23399 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoekster v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak). Procesverloop Bij besluit van 16 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening bepaald dat het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb achterwege blijft. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 5 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep (NL22.23398) waarop dit verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht.