Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:3548 ECLI:NL:RBDHA:2023:3548 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:3548 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:3548
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17697 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding Eiser heeft op 6 september 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 augustus 2019. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:3548 · Rechtbank Den Haag: Op 29 augustus 2019 heeft eiser een (opvolgende) asielaanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw bedraagt de beslistermijn zes maanden. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden in het vierde en het vijfde lid om deze termijn te verlengen. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 29 februari 2020 een beslissing had moeten nemen.

Keywords

AI generated
delayed asylum application untimely request for extension reasonable duration of the proceedings prosecutorial delay expiry of statutory deadline duration of insurance entitlement

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17697 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding Eiser heeft op 6 september 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 augustus 2019. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.

In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb bepaalt dat het beroep niet-ontvankelijk is indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

2. Op 29 augustus 2019 heeft eiser een (opvolgende) asielaanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw bedraagt de beslistermijn zes maanden. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden in het vierde en het vijfde lid om deze termijn te verlengen. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 29 februari 2020 een beslissing had moeten nemen.

3. Eiser heeft verweerder op 17 juni 2022 in gebreke gesteld zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dat is meer dan twee jaar na het verstrijken van de beslistermijn. Op 6 september 2022 heeft hij vervolgens pas beroep ingesteld.

4. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 28 januari 2015 invulling gegeven aan het criterium ‘onredelijk laat’ als bedoeld in artikel 6:12, vierde lid, van de Awb. De Afdeling gaat bij de invulling van dit criterium uit van een termijn van één jaar.

5. Die termijn is in deze zaak ruimschoots overschreden. Eiser heeft na het verstrijken van de beslistermijn ruim twee en een half jaar gewacht met het instellen van beroep. De rechtbank is van oordeel dat dat onredelijk laat is. Eiser heeft op 1 maart 2023 schriftelijk toegelicht dat het door de coronacrisis enige tijd geen zin had om beroep in te stellen tegen een niet tijdig genomen besluit. De rechtbank vindt dat geen goede reden om zo lang te wachten met het instellen van beroep. Weliswaar heeft de coronacrisis gevolgen gehad voor de doorlooptijden bij de behandeling van asielaanvragen door verweerder en bij de behandeling van beroepen door de rechtbank, maar ook tijdens de coronacrisis was het gewoon mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank.

6. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Vreemdelingenwet 2000. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2015:308, rechtsoverweging 2.4.