Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:3369 ECLI:NL:RBDHA:2023:3369 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:3369 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:3369
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25961 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. R.M. Boesjes), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Ozturk). Procesverloop Deze uitspraak gaat het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 10 februari 2023 gereageerd dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:41 Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:3369 · Rechtbank Den Haag: R.M. Boesjes), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Ozturk). Procesverloop Deze uitspraak gaat het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 10 februari 2023 gereageerd dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Keywords

AI generated
reduction of costs administrative costs party costs of attorney professional expenses legal representation costs remission of costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
artikel 8:41 Awb
Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25961 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. R.M. Boesjes), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Ozturk). Procesverloop Deze uitspraak gaat het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 10 februari 2023 gereageerd dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 13 januari 2023 een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

6. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb). Beslissing De rechtbank: veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 24 februari 2023 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.