Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:280 ECLI:NL:RBDHA:2023:280 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:280 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:280
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25668 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock). Procesverloop Bij besluit van 29 november 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het besluit van 29 november 2022 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 11 januari 2023, zaaknummer NL22.24345, heeft de rechtbank het beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden zal het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:280 · Rechtbank Den Haag: J.I.T. Sopacua), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock). Procesverloop Bij besluit van 29 november 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het besluit van 29 november 2022 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 11 januari 2023, zaaknummer NL22.24345, heeft de rechtbank het beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden zal het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

Keywords

AI generated
urgent preliminary ruling procedure untimely recusal request late objection to debt enforcement unjustified procedural delay withdrawal of legal petition provisional suspension
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25668 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock). Procesverloop Bij besluit van 29 november 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het besluit van 29 november 2022 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 11 januari 2023, zaaknummer NL22.24345, heeft de rechtbank het beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden zal het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open