Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:2289 ECLI:NL:RBDHA:2023:2289 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2289 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:2289
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1361 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Koning), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. M. Weerman). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 10 januari 2023, waarin de staatssecretaris eisers asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2289 · Rechtbank Den Haag: H.A. Koning), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. M. Weerman). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 10 januari 2023, waarin de staatssecretaris eisers asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
lack of procedural indigence procedural issues trial in absentia serious defect in foreign proceedings pending proceedings loss of object

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1361 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Koning), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. M. Weerman). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 10 januari 2023, waarin de staatssecretaris eisers asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL23.1362, op 3 februari 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van de staatssecretaris is verschenen. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank laten weten dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met eiser en dat hij niet ter zitting zal verschijnen. Beoordeling door de rechtbank 1. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft eiser nog procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep? 2. De staatssecretaris heeft de rechtbank op 24 januari 2023 meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken (de MOB-melding). Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579) volgt dat er in beginsel van mag worden uitgegaan dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland als hij met onbekende bestemming vertrekt. Dat is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

Daarvoor is het nodig dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

3. De rechtbank stelt vast dat uit de bijlage bij de MOB-melding blijkt dat eiser op 18 januari 2023 zijn woonruimte heeft verlaten. Volgens de staatssecretaris is niet gebleken dat eiser zich inmiddels weer heeft gemeld bij het Centraal orgaan opvang Asielzoekers. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 2 februari 2023 laten weten dat hij heeft geprobeerd om met eiser in contact te komen, maar dat dit hem niet is gelukt. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Conclusie en gevolgen 4.

Het beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr.M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.